Ton Coops

Bij wijze van introductie

Werk en hobby hebben mijn hele leven naast elkaar bestaan. Nu het werk officieel is afgelopen, kan ik meer tijd besteden aan de hobby. Die tijd is slechts het enige verschil. Want inzet en energie zijn niet veranderd. Dat de hobby van fotografie is overgegaan in beeldhouwen is minder belangrijk.

Ik heb werktuigbouw gestudeerd en gewerkt bij diverse bedrijven. De laatste jaren zat ik in het glas, waarbij ik vooral samen met architecten moest samenwerken en zoeken naar creatieve oplossingen om hun ontwerpen te kunnen uitvoeren.
Dat type werk paste wel bij mij. Ik ben gevoelig voor goede verhoudingen en kleuren en ik hou van het lijnenspel in structuren.

Mijn oog voor mooie dingen heb ik met de paplepel ingegoten kregen. Het lag dan ook helemaal in de lijn dat ik al als kind tekende en schilderde, zelfs met olieverf.
Rond mijn dertigste besloot ik meer aandacht te besteden aan fotografie. Dat betekende concreet dat ik naar de fotovakschool in Apeldoorn ging, want ik wilde alles weten over de finesses van het vak. Uiteraard werd ik lid van een fotokring (Geleen). Toen ik in staat was goede foto’s te maken, en daarover ook zelf tevreden was, verflauwde mijn aandacht. Gedeeltelijk kwam dat ook door het werk, dat een groot beslag op mijn tijd legde.

Rond 2000 was ik eindelijk in staat meer tijd in te ruimen voor mijn creativiteit. Ik nam potlood en penseel weer ter hand, maar kreeg ook zin in beeldhouwen. Na een cursus in een vakantie had ik de smaak te pakken en besloot lessen te volgen bij Dick van Wijk in Roermond. En ik werd lid van expressiegroep De Ruif in Elsloo.
Inmiddels beheerst mijn hobby mijn hele leven. Ik vind het steeds weer een uitdaging om een vorm te zoeken in steen of een gedachte om te zetten in een brons. Die twee vormen van beeldhouwen beoefen ik naast elkaar, hoewel ze in mijn hoofd in elkaars verlengde liggen en onderling verwisselbaar zijn. Zo kan een in de steen gevonden lijn later weer terugkomen in een opgebouwd beeld van brons, gewoon omdat de vorm me aanspreekt.

Of ik begin aan het kappen in een steen of aan het vormen in was of klei, is afhankelijk van wat ik wil en wat mijn gemoedstoestand is. Heb ik een motief voor ogen, dan zal ik beginnen met een beeld dat uiteindelijk in brons wordt gegoten. Heb ik zin om te werken met steen, dan heb ik nog de keuze over de hardheid van de soort. Een zachte steen vraagt een andere benadering dan een harde. Het verschil tussen raspen of hakken. In de praktijk komt het er overigens op neer, dat er altijd meedere beelden in enige staat van ontstaan in mijn werkplaats wachten op het moment dat er de laatste hand aan gelegd kan worden. Soms moet ik even tijd nemen om verder te kunnen gaan.

Mijn inspiratie vind ik deels in de vorm zelf, waarbij ik een beeld van een organische structuur in mijn achterhoofd heb. Het resultaat is meestal een volkomen abstract beeld, dat er gewoon mooi uitziet, met een interessant lijnenspel en dieptewerking. Deels vind ik de inspiratie in mezelf. Ik wil dan vorm geven aan begrippen als kracht en onverzettelijkheid, aan luchtigheid of gewoon schoonheid. Het resultaat kan dan een buffel zijn, die geen buffel is, of een ijsbeer die geen beer is.

Het is duidelijk dat ik beelden maak voor mezelf. Ik hield ze altijd vast in mijn directe omgeving, hoewel ik het leuk vond om ze aan mensen te laten zien. Ze verkopen wilde ik lange tijd niet. Maar langzamerhand raakte mijn huis en tuin vol. Nu kan ik gemakkelijker afstand doen. Ik beschouw het als een compliment, wanneer iemand een beeld van mij wil kopen. Zo heb ik al vele complimenten gekregen.